WEBVTT

00:00:00.000 --> 00:00:05.760
In het eerste levensjaar komen er weliswaar nog geen zinnen uit de mond van een kind.

00:00:05.840 --> 00:00:10.880
Er zijn vaak wel al woorden, maar zelfs voor het eerste woord is er al brabbelen.

00:00:10.960 --> 00:00:21.920
Dus voordat we het gevoel hebben dat kinderen taal gebruiken op een manier die min of meer op die van volwassenen lijkt, gebeurt er al een hoop in het hoofd van een kind wat de basis legt voor taalproductie.

00:00:22.080 --> 00:00:31.800
Dus in dat eerste levensjaar... er is bewijs dat horende kinderen uit horende gezinnen al zelfs voor de geboorte iets over hun moedertaal aan het leren zijn.

00:00:32.040 --> 00:00:40.520
Ze kunnen voor de geboorte in de baarmoeder al horen, en hoewel ze niet specifieke klanken kunnen onderscheiden, horen ze wel de intonatiecontouren van hun taal.

00:00:40.640 --> 00:00:47.640
Dat betekent dus dat tegen de tijd dat ze geboren worden, ze al zijn blootgesteld aan een of meerdere talen die de moeder gebruikt...

00:00:47.720 --> 00:01:02.360
...en ze hebben die intonatiecontouren geleerd. Er zijn slimme experimenten gedaan waarmee babies van een paar dagen oud, waarmee je kunt vaststellen dat ze onderscheid kunnen maken tussen hun moedertaal en een taal met heel andere ritmische eigenschappen.

00:01:02.440 --> 00:01:10.320
Dat doen ze op basis van prosodie, ritme, klemtoon, hoe de vorm van de zin als geheel is.

00:01:10.440 --> 00:01:15.080
Dat kunnen kinderen dus al heel jong en dat helpt ze bij hun verdere taalontwikkeling.

00:01:15.280 --> 00:01:19.440
Dus zelfs voor de geboorte leren ze al taal, als ze er toegang toe hebben.

00:01:19.640 --> 00:01:33.960
Een doof kind heeft echter geen toegang tot de spraak van de moeder, als de ouders horend zijn, en zelfs als de ouders gebaren weten we niet wat voor taalkundige informatie ze al voor de geboorte zouden kunnen oppikken.

00:01:34.120 --> 00:01:47.520
Maar op het moment dat ze geboren worden en je stelt ze bloot aan de taal om hun heen, of dat nou gesproken taal of gebarentaal is, zijn ze op die heel jonge leeftijd al heel goed uitgerust om patronen te zoeken in het taalaanbod.

00:01:47.720 --> 00:01:58.840
Een doof kind zal kijken naar de gebarentaal om hem heen, een horend kind zal luisteren naar de gesproken taal om hem heen, en ze zijn dat meteen al aan het analyseren om de patronen van hun moedertaal te ontdekken.

00:01:59.000 --> 00:02:09.240
Het ontdekken van die patronen helpt om een fonologisch systeem op te bouwen, het systeem van klanken of de handvormen en bewegingen, de elementen die samen een gebaar of een woord vormen.

00:02:09.360 --> 00:02:20.480
En met die kennis kunnen ze verder naar de fase waar ze wel praten of klanken maken, gebaren maken, en elk deel bouwt weer verder op het vorige deel.

00:02:20.560 --> 00:02:30.360
Als je die basis wegneemt die normaal in het eerste jaar gelegd wordt, dan krijg je de situatie dat een kind zich verder probeert te ontwikkelen maar zonder een sterke basis.

00:02:30.440 --> 00:02:35.960
Dat heeft gevolgen voor veel later in de kindertijd en het leren van taal.

00:02:36.120 --> 00:02:43.480
Dus het is niet zo dat je kunt zeggen, we kunnen wel wachten tot het tweede jaar als het kind leert praten, en als het niet goed gaat beginnen we dan met gebarentaal.

00:02:43.600 --> 00:02:50.240
Tegen die tijd heb je al een jaar gemist, en een heel belangrijk, een cruciaal jaar voor later succes in het leren van taal.

